Nederlanders ‘multi-jobben’ veel en – meestal – graag

Toegevoegd door JobShare op 25 juni 2014

Geschreven door: Elke van Riel

Nederlanders hebben relatief vaak twee of meer banen. De een kiest daarvoor uit pure noodzaak, de ander vanwege de variatie. Wie zijn multi-jobbers, wat beweegt hen en moeten beleidsmakers daar rekening mee houden?

Nederlanders hebben vaker twee banen dan veel andere Europeanen of Amerikanen. Multi-jobbers worden ze genoemd. Twee banen in loondienst komt het meest voor, maar daarnaast zijn er ook hybride banen, waarbij iemand ondernemerschap en een baan in loondienst combineert. In 2012 ging het om 8,5 procent van de werkzame beroepsbevolking, ofwel ruim 600.000 mensen.

Dat blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van onderzoeksinstituut TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Omdat zelfstandig ondernemers die meerdere soorten werk combineren in de NEA buiten beschouwing blijven, is de groep multi-jobbers in werkelijkheid nog groter.

Het kabinet heeft een adviesaanvraag aangekondigd over de wenselijkheid van ‘stapelbanen’: wat zijn de voor- en nadelen en welke institutionele herzieningen zijn er eventueelnodig? Die adviesaanvraag wordt het komende jaar bij de SER verwacht.

Deeltijdcultuur

Het fenomeen ‘multi-jobben’ is niet nieuw. Het wordt al enige tijd door TNO onderzocht. TNO gebruikt bewust niet het woord ‘stapelbanen’, omdat deze term al wordt gebruikt voor het sprokkelen van uren voor mensen met een uitkering om tot een volwaardige baan te komen.

‘Het aantal mensen met een tweede baan is in Nederland vrij stabiel, ook in de crisisperiode’, zegt senior onderzoeker Jos Sanders. Volgens metingen van Eurostat lag het percentage van de werkzame beroepsbevolking met twee of meer banen in Nederland in 2003 rond de 6 procent en in 2012 net boven de 7 procent (iets minder dan de 8,5 procent in de NEA-meting). Van de 28 EU-landen staat Nederland op de vijfde plaats. Gemiddeld ligt het percentage multi-jobbers in Europa op ruim 4 procent.

Het aantal mensen met een tweede baan is vrij stabiel, ook in de crisisperiode
 

‘Onze vijfde plaats heeft vooral te maken met onze deeltijdcultuur’, zegt Sanders. ‘Nederland kent 48 procent deeltijdarbeid, tegenover 18 procent gemiddeld in de EU. Een deeltijdbaan valt natuurlijk gemakkelijker te combineren met ander deeltijdwerk dan een fulltimebaan.’ Bovendien zouden veel deeltijdwerkers graag meer uren willen werken, vooral in de groep die 12 tot 24 uur per week werkt. Dat lukt steeds vaker niet bij de huidige werkgever. Een tweede baan is dan een aantrekkelijke mogelijkheid. In 2001 wilde 13 procent van de parttimers meer uren werken, in 2011 was dat toegenomen tot 20 procent.

Rondkomen

In de Verenigde Staten heet het combineren van banen moonlighting, omdat mensen daar vaak in de avonduren een baantje erbij hebben, vooral om een laag inkomen in de hoofdbaan aan te vullen. In 2009 gold dit voor één op de twintig werkenden.

In Nederland combineert één op de vijf multi-jobbers banen om financieel rond te komen, of schulden af te lossen. Opvallend is dat dit relatief vaak – maar zeker niet alleen – laaggeschoolden zijn. Van de laag opgeleiden geeft 23 procent aan banen te combineren om financieel rond te kunnen komen. Van de middelbaar opgeleiden is dat 19,5 procent en van de hoogopgeleiden 16,1 procent.

Met name onder hoogopgeleiden spelen vaak andere motieven dan de financiële noodzaak. Geld verdienen voor iets extra’s, de afwisseling en zich kunnen ontwikkelen zijn veel genoemde argumenten. Hoger opgeleiden multi-jobben ook het meest: 10,2 procent tegenover het gemiddelde van 8,5 procent. Vaak gaat het om de combinatie van loondienst en ondernemerschap.

Balans

Mensen met twee of meer banen zijn vooral te vinden in de sectoren cultuur, sport en recreatie/overige dienstverlening (14,1 procent), onderwijs (11,5 procent) en horeca (11 procent). Het minst in de sector bouw en industrie. Nederland kent een relatief hoog aantal multi-jobbers onder flexwerkers op een tijdelijk of uitzendcontract. Om op de lange termijn aan het werk te kunnen blijven, willen zij graag ‘voorsorteren’ naar een tweede baan, of ze hopen via die tweede baan aan een vast contract te komen.

De combinatie van twee banen kan een betere balans tussen werk en privé opleveren
 

TNO is bezig met kwalitatief onderzoek. ‘Uit interviews met multi-jobbers blijkt dat de inroosterbaarheid, de planning en dubbele loyaliteit soms problemen geven. Ook hebben sommigen last van hectiek of weinig slaap’, aldus Sanders. ‘Toch zien de meesten meer voor- dan nadelen. Er is doorgaans een positieve relatie met gezondheid. Bijvoorbeeld omdat mensen een fysiek zware baan kunnen combineren met een lichtere. Ook kan de combinatie van twee banen een betere balans tussen werk en privé opleveren.’

Sanders kan zich voorstellen dat institutionele herzieningen handig zijn. ‘Het blijkt voor werkgevers bijvoorbeeld lastig om arbeidsvoorwaarden van twee verschillende banen met elkaar te combineren tot één set voorwaarden. Zeker bij combinaties van banen in verschillende branches.’ Voor mensen die een baan in loondienst combineren met werk als zzp’er, kan het lastig zijn om het aantal uren te halen dat vereist is voor fiscale voordelen. Ook een concurrentiebeding kan een knelpunt zijn.

Flexwerkers combineren relatief vaak verschillende banen
 

Fiscale problemen zijn er volgens de TNO-onderzoeker nauwelijks. ‘Het lijkt alsof je onder de streep minder overhoudt, omdat je maar bij één baan loonheffingskorting kunt toepassen. Maar die korting wordt verrekend in je hoofdbaan, dus per saldo hou je net zoveel over als wanneer je de uren zou maken in één baan. Wel bouwen mensen met een hybride constructie voor het zzp-gedeelte geen pensioen op. Dit moeten zij zelf regelen, net als een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Maar dat hoort bij ondernemen.’

 

Klik hier om meer artikelen van Elke van Riel te lezen.